Geschiedenis van de straatfotografie
Hoe straatfotografie ons leven weerspiegelt
Straatfotografie lijkt op het eerste gezicht iets eenvoudigs: iemand loopt rond met een camera en legt het leven vast zoals het is. Maar achter dat ogenschijnlijk simpele idee schuilt meer dan een eeuw aan technologische vernieuwing, maatschappelijke verandering en artistieke ontwikkeling.
Van de eerste logge camera’s begin 1900 tot de smartphone in onze broekzak vandaag — straatfotografie vertelt eigenlijk het verhaal van onszelf. Laat je meenemen in de geschiedenis van de straatfotografie.
Wat is straatfotografie?
Straatfotografie is het vastleggen van het dagelijks leven in de openbare ruimte. Zonder dat iets is geregisseerd of in scène gezet. Het draait niet per se om “de straat” zelf. Maar om echte momenten tussen mensen, licht, beweging en omgeving. Een goede straatfoto vertelt iets over het leven zoals het zich spontaan afspeelt. Een blik, een gebaar, een ontmoeting of juist de stilte in de drukte.
Relatie met documentaire- en reportagefotografie
Straatfotografie heeft ook raakvlakken met documentaire fotografie en reportagefotografie. Het verschil met beiden zit vooral in de bedoeling van de foto en het werkproces..
- Documentairefotografie wil meestal een groter verhaal vertellen of een maatschappelijk onderwerp onderzoeken. Ze is vaak thematisch en volgt een plan of langere observatie.
- Reportagefotografie richt zich op nieuws of gebeurtenissen — ze wil informeren en context bieden.
Straatfotografie daarentegen is vrijer en intuïtiever. Ze zoekt niet naar het verhaal achter de gebeurtenis, maar naar het moment zelf. Waar de documentaire fotograaf een onderwerp kiest, kiest de straatfotograaf een plek — en wacht tot het leven iets onthult.
Toch raken ze elkaar:. Veel grote straatfotografen hebben documentaire scherpte. En veel documentaire fotografen gebruiken straatmomenten om hun verhaal menselijk te maken. Je zou kunnen zeggen: straatfotografie is de poëzie van de werkelijkheid, documentairefotografie de roman.
De straatfotograaf: gedreven door 'honger'
Straatfotografie is altijd meer geweest dan het vastleggen van mensen op straat. Het is het vangen van het leven zelf, rauw en onvoorspelbaar. Fotografen als Henri Cartier-Bresson, Vivian Maier en Garry Winogrand zwierven met hun camera’s door steden. Gedreven door nieuwsgierigheid en een onstilbare honger naar het echte moment. Zij maken deel uit van de geschiedenis van de straatfotografie.
Ze zochten niet naar perfectie, maar naar betekenis: de blik van een onbekende, een toevallige ontmoeting, een stille spanning in het alledaagse. Hun werk leert ons om te kijken met aandacht, om schoonheid te zien in chaos, en om verhalen te ontdekken waar anderen slechts routine zien.
1900–1950: stad als nieuw toneel
Aan het begin van de twintigste eeuw veranderde de wereld razendsnel. Steden groeiden, auto’s verschenen in het straatbeeld en mensen begonnen zich anoniemer te voelen in de massa. Fotografen zoals Eugène Atget in Parijs en later Henri Cartier-Bresson ontdekten dat de straat een levend decor was vol verhalen.
Hun camera’s waren zwaar en traag, maar hun blik was scherp. Ze zagen schoonheid in het alledaagse: marktkramers, werkers, voorbijgangers. De foto’s uit die tijd tonen niet alleen gebouwen of mensen, maar ook het gevoel van een tijdperk waarin alles nieuw leek. De straat werd het symbool van moderniteit — een plek waar traditie en vooruitgang elkaar ontmoetten.
De grootste uitdaging toen was techniek. Camera’s waren groot en opvallend, filmen was duur. En het idee om onbekenden zomaar te fotograferen was nog ongewoon. Toch lag hierin ook de kans: de wereld was nog ongedocumenteerd, en elke foto voelde als een ontdekking.
Fotografie nog elitair en nieuw
Tot aan 1920 waren mensen vaak geïntrigeerd of wantrouwig als ze gefotografeerd werden. Een camera was zeldzaam en opvallend; poseren was gebruikelijk. Ongevraagd fotograferen kwam weinig voor vanwege de technische beperkingen.
Nog geen sprake van privacy
Na 1930 begonnen straatfotografen mensen spontaan te fotograferen (bijv. Cartier-Bresson’s “decisive moment”). Over privacy werd weinig gesproken; men beschouwde foto’s vooral als documentair of kunstzinnig.
Tijdens oorlogen (zoals WO II) was er wél censuur en risico’s: fotografen liepen gevaar, en beelden konden propagandistisch worden gebruikt.
Belangrijke fotografen uit deze periode
Belangrijke fotografen uit deze periode zijn:
- Eugène Atget (Frankrijk) – Documenteerde Parijs rond 1900–1927, vooral lege straten en oude winkels; een grote invloed op latere straatfotografen.
- André Kertész (Hongarije/Frankrijk/VS) – Bekend om zijn poëtische composities en spontane beelden van het stadsleven.
- Brassaï (Hongarije/Frankrijk) – Legendarische foto’s van het Parijse nachtleven in de jaren 1930 (Paris de Nuit).
- August Sander – Grootmeester van documentaire portretfotografie. Project Menschen des 20. Jahrhunderts toont een indringend beeld van Duitse samenleving tussen WO I en WO II.
- Walker Evans (VS) – Documentaire stijl; bekend van zijn werk voor de Farm Security Administration (FSA) tijdens de Grote Depressie.
- Dorothea Lange (VS) – Ook FSA-fotograaf; haar portretten van migranten, zoals Migrant Mother, zijn iconisch.
- Eva Besnyö – Geboren in Boedapest, werkzaam in Nederland. Geëngageerde fotografe; actief in de vrouwenbeweging Dolle Mina. Bekend om architectuur-, portret- en straatbeelden in de jaren ’30 en later.
En dan deze nog
- Henri Cartier-Bresson (Frankrijk) – De grondlegger van de decisive moment; mede-oprichter van Magnum Photos.
- Robert Doisneau (Frankrijk) – Bekend om zijn charmante scènes uit het Parijse straatleven.
- W. Eugene Smith (VS) – Intense, verhalende foto-essays voor LIFE Magazine.
- Helen Levitt (VS) – Poëtische en speelse foto’s van kinderen en straatscènes in New York.
- Vivian Maier (VS) – Pas postuum ontdekt; haar zelfportretten en straatbeelden uit Chicago en New York zijn inmiddels klassiek.
- Ruth Orkin (VS) – Bekend om haar krachtige straatbeelden en vrouwelijke blik in het stedelijke leven.
- Cas Oorthuys – Documentaire fotograaf, lid van de foto-collectief De Ondergedoken Camera tijdens WO II. Legde oorlog, wederopbouw en alledaags leven vast. Werkte ook voor het Fodor-collectief en De Arbeiderspers.
Emmy Andriesse – Lid van De Ondergedoken Camera (net als Oorthuys). Haar foto’s van de Hongerwinter (1944–45) behoren tot de indrukwekkendste oorlogsbeelden uit Nederland.
1950–2000: De gouden eeuw van spontaniteit
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de samenleving opnieuw. Er kwam meer welvaart, mensen kregen vrije tijd, en de stad werd een plek van consumptie en expressie. Straatfotografie bloeide. Dankzij de komst van kleine 35mm-camera’s konden fotografen vrij bewegen en snelle momenten vangen zonder op te vallen.
Fotografen als Garry Winogrand, Robert Frank en William Klein legden niet alleen mensen vast, maar ook emoties, chaos en humor. Hun beelden waren niet perfect — soms bewogen, soms overbelicht — maar juist dat maakte ze levendig. De straat werd een spiegel van het dagelijks leven, met al zijn tegenstrijdigheden.
Vrijheid en Respect nieuwe thema's
In deze periode kreeg straatfotografie ook meer erkenning als kunstvorm. Musea en tijdschriften begonnen foto’s te publiceren die eerder als “gewone snapshots” werden gezien. Tegelijk doken nieuwe vragen op: mag je zomaar iemand fotograferen zonder toestemming? Is straatfotografie een vorm van kunst of inbreuk? De balans tussen vrijheid en respect werd een belangrijk thema.
Kritische blikken en Persvrijheid
In de jaren ’60–’70 begonnen mensen kritischer te worden over ongevraagd gefotografeerd worden. De samenleving werd individualistischer en privacybewuster. Media en persvrijheid stonden soms tegenover persoonlijke rechten. Bijvoorbeeld bij straatfotografie in de VS: fotografen konden zich beroepen op freedom of speech, maar er waren morele discussies over de grenzen daarvan.
In Europa ontstonden eerste discussies over portretrecht (zoals in Nederland het portretrecht van 1912, onderdeel van de Auteurswet). In de praktijk werd dit zelden gebruikt tegen straatfotografen, tenzij de foto commercieel werd gebruikt.
Kleur, contrast en nieuwe perspectieven
Verder zetten in deze periode fotografen als Joel Meyerowitz en Alex Webb de toon met kleur, contrast en nieuwe perspectieven. Zij herinneren ons eraan dat inspiratie overal schuilt, op elke straathoek, als we maar durven vertragen en observeren. Straatfotografie is zo een oefening in menselijkheid én in verwondering.
Belangrijke fotografen uit deze periode
- Garry Winogrand – Amerikaanse straatfotograaf die met een rauwe, spontane stijl het alledaagse leven en de sociale dynamiek van de jaren ’50 tot ’80 vastlegde. Zijn werk toont de energie, chaos en ironie van het moderne stadsleven, vooral in New York.
- Robert Frank –Zwitsers-Amerikaanse fotograaf die met zijn invloedrijke boek The Americans (1958) het beeld van de naoorlogse Verenigde Staten een nieuwe, rauwe en persoonlijke lading gaf. Zijn werk brak met de traditionele documentaire stijl en toonde het land met een kritische, poëtische blik.
- Joel Meyerowitz – Joel Meyerowitz is een Amerikaanse fotograaf die bekendstaat als pionier van de kleurenfotografie in de straat- en documentaire kunst. Zijn werk vangt het ritme, licht en toeval van het alledaagse stadsleven met een warme, menselijke blik.
- William Klein – Amerikaans fotograaf en filmmaker die bekend werd om zijn gedurfde, chaotische en vernieuwende straatfotografie in steden als New York en Parijs. Hij doorbrak alle conventies met korrelige beelden, extreme contrasten en directe confrontaties. Hiermee legde hij de energie en absurditeit van het stadsleven vast.
- Ed van der Elsken – Misschien wel de bekendste Nederlandse straatfotograaf. Bekend van Love on the Left Bank (1956), gefotografeerd in Parijs, en zijn latere werk in Amsterdam (Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés, Welkom in het leven, lieve kleine). Combineerde documentaire scherpte met persoonlijke betrokkenheid.
- Martin Parr (VK) – Satirische, kleurrijke blik op de Britse middenklasse; lid van Magnum.
- Sebastião Salgado (Brazilië) – Monumentale zwart-witdocumentaireprojecten over arbeid, migratie en milieu.
- Alex Webb (VS) – Complexe, gelaagde kleurenbeelden met sterke composities; vaak in Latijns-Amerika.
2000–nu: Digitale en mondiale revolutie
Kansen en Uitdagingen
- Iedereen kan zijn eigen perspectief tonen, ongeacht afkomst of achtergrond.
- Straatfotografie is democratischer dan ooit.
Maar er zijn ook nieuwe uitdagingen:
- Privacywetgeving maakt het soms moeilijk om vrij te fotograferen.
- Er circuleren zóveel beelden dat het lastig is om nog iets nieuws te zeggen.
- Digitale bewerking roept vragen op over echtheid en manipulatie.
Toch biedt deze tijd ongekende creatieve mogelijkheden. Sommige fotografen gebruiken drones, anderen combineren foto’s met tekst of geluid. Straatfotografie is niet langer alleen observatie — het is ook interpretatie, commentaar, en soms zelfs activisme. De straat is nu overal: offline én online.
Balans zoeken tussen Ethiek en Wet
Belangrijke fotografen uit deze periode
- Trent Parke (Australië) – Expressieve zwart-witbeelden vol contrast en emotie.
- Alex Prager (VS) – Filmisch en gestileerd, maar geïnspireerd op straatfotografie.
- Matt Stuart (VK) – Humoristische en scherp geziene straatmomenten; sterk in timing.
- Rui Palha (Portugal) – Hedendaagse zwart-wit straatfotograaf met klassieke stijl.
- Joel Sternfeld (VS) – Documentaire kleurfotografie van Amerikaans landschap en samenleving.
- Sohrab Hura (India) – Documentaire en poëtische mix van straat, familie en emotie.
- Michele Palazzo (Italië/VS) – Bekend om straatfoto’s van New York met dramatische weersomstandigheden.
- Hannah Reyes Morales (Filipijnen) – Documentairefotografe die hedendaagse Aziatische thema’s verkent (gender, migratie, intimiteit).
Conclusie
Wat al deze periodes verbindt, is dat straatfotografie ons steeds iets leert over wie we zijn. In de jaren 1900 ging het over moderniteit, in de jaren 1960 over vrijheid, en nu over identiteit en technologie. De fotograaf is niet langer alleen een toeschouwer, maar ook deelnemer aan het straatleven.
De camera is vandaag misschien onzichtbaar, ingebouwd in een telefoon, maar de vragen zijn dezelfde gebleven:
Wat zegt de straat over ons? Hoe kijken we naar elkaar? En wie heeft het recht om dat beeld te bepalen?
